Presentatie les 1.pptx
Werkblad les 1.docx
Voorbereiding
De leerlingen maken als huiswerk een edpuzzle.
Dit is de link naar de edpuzzle: Klik hier
Inleiding
De les start met een begintaak.
Bij binnenkomst krijgen de leerlingen een werkblad of worden op de welkomsdia verwezen naar de startopdracht, waar ze direct mee aan de slag kunnen.
Circulair bouwen heeft alles te maken met duurzaamheid. Dit woord zal gedurende de lessenserie regelmatig genoemd worden. Omdat veel leerlingen niet kunnen uitleggen wat duurzaamheid begint de les met het zoeken naar de betekenis van dit woord.
Na 3 minuten wordt met een bliksembeurt de uitkomst kort besproken.
Als voorbereiding op de les hebben de leerlingen een edpuzzle video bekeken en hierbij een aantal vragen bij beantwoord.
Om de koppeling te maken naar toekomstgericht denken moeten de leerlingen een vraag beantwoorden die teruggrijpt naar de edpuzzle.
Waarom zouden de mensen in de video de materialen willen hergebruiken?
Hierbij kunnen ze kiezen uit 3 antwoorden.
1) Ze zijn zuinig. (misconceptie)
2) Ze hebben weinig geld. (misconceptie)
3) Ze denken aan de toekomst. (juiste antwoord)
Door de leerlingen het aantal vingers van het door hun gekozen antwoord te laten opsteken worden leerlingen gedwongen een keuze te maken.
We kunnen niet in de toekomst kijken. Maar kijken we naar het heden, dan kunnen we wel bepaalde voorspellingen doen aan de hand van feiten.
Aan de hand van 2 feiten gaan de leerlingen in deze opdracht nadenken over verschillende toekomstscenario's.
Feit: op 3 mei 2020 hebben we in Nederland alle grondstoffen die de natuur in 1 jaar kan vernieuwen al verbruikt voor dat jaar. We hebben dus 1,6 aarde per jaar nodig om alles te kunnen leveren wat we in een jaar gebruiken.

Country Overshoot Days 2020 - Earth Overshoot Day

Past Earth Overshoot Days - Earth Overshoot Day
Waarom we eigenlijk twee aardes nodig hebben - YouTube
Feit: de gemiddelde levensduur van een gebouw in Nederland is 50 jaar. Sloop van een gebouw is vernietiging van kapitaal (geld) en materiaal en veroorzaakt veel afval. Laat de leerlingen tijdens het kijken naar de video letten op de hoeveelheid afval die wordt afgevoerd tijdens de sloop van het ziekenhuis.
Timelapse: slopen ziekenhuis met een oppervlakte van 64.000m2 - YouTube
Na het kijken van de video gaan de leerlingen gaan de leerlingen op het werkblad het scenario schema invullen. In het scenarioschema zijn 2 trends uitgezet met 2 uiterste op het einde van de assen. De trend op de x-s is wel of geen duurzaam hergebruik van gebouwen. Op de y-as is de trend wel of geen duurzaam hergebruik van grondstoffen en materialen uit gezet. Laat de leerlingen in 2/3 tallen bij de vier mogelijke scenario's twee steekwoorden opschrijven die volgens het bij dat scenario hoort.
De uitkomst van deze opdracht kan op verschillend manieren besproken worden (afhankelijk van de les duur):
De doelen worden aan de leerlingen gepresenteerd samen met het verloop van de lessenserie.
Aan het einde van deze lessenserie kun je:
Planning
Hieronder zie je een ruwe planning zie voor de uitgebreide planning deze pagina.
|
Les |
Activiteit |
|
Voorbereiding |
Video bekijken |
|
1 |
Inleiding |
|
Uitleg |
|
|
Practicum |
|
|
2 |
Uitleg |
|
Escaperoom maken |
|
|
3 |
Escaperoom maken |
|
Afsluiting |
Theorie
Circulair bouwen is duurzaam gebruik van grondstoffen, producten en goederen, waardoor deze oneindig hergebruikt kunnen worden.
Circulair bouwen is een onderdeel van circulair economie zoals dat de Zwitserse architect Waltht Stahel omschrijft "De producten van vandaag moeten de grondstoffen van morgen worden- voor de prijzen van gisteren".
De voordelen van circulair bouwen zijn:
Meer weten over circulair bouwen? Guides Circulair bouwen
Hout
Bouwproducten - hout- en plaatmateriaal, kozijnen, deuren, trappen, houtskeletbouwwanden, houtconstructies, daken, vloeren, gevelbekleding, beschoeiingen, damwanden, palen etc. Grondstoffen- hout komt uit bos. Hout is een hernieuwbare grondstof. Het gebruik van hernieuwbare grondstoffen is een van de speerpunten binnen circulair bouwen.
Huidige praktijk van recycling- schoon hout uit het bouw- en sloopafval wordt o.a. verwerkt in spaanplaat en gebruikt als duurzame brandstof in energiecentrales.
Opties voor extra recycling en hoogwaardig hergebruik:
Voorbeelden van hergebruik van houten bouwproducten die nog in goede staat zijn:
• Hergebruik van houten kozijnen, deuren en houtskeletbouwunits na demontage
• Hergebruik van houten damwanden of palen
• Hergebruik van houtproducten uit de GWW in (brug)constructies
Staal
Bouwproducten- balken, profielen, buizen, platen, wapeningsstaal, gevelbekleding, etc.
Grondstoffen - staal wordt geproduceerd uit ijzererts en schroot.
Huidige praktijk van recycling - het metaal uit het bouw- en sloopafval wordt gerecycled in de metaalindustrie. Staal bestaat altijd deels uit gerecycled materiaal.
Constructiestaal, zoals het staal voor balken en buizen.
De uitdaging is om stalen bouwproducten een volgende gebruikscyclus te geven in een ander bouwwerk voordat ze worden gerecycled.
Opties voor extra recycling en hoogwaardig hergebruik:
-het constructiestaal in Nederland is al bijna 100% van gerecycled materiaal.
Voorbeelden van hergebruik van stalen constructie-elementen die nog in goede staat zijn:
• Hergebruik van een compleet skelet of damwand
• Hergebruik van een balk in een andere toepassing
Kunststof
Bouwproducten- buizen, kozijnen, deuren, dakbanen, gevelbekleding, profielen, leidingen, geleidingen, isolatiemateriaal, bruggen, damwanden, etc.
Grondstoffen - traditioneel is kunststof gemaakt van aardolie en gas. De meest gebruikte kunststoffen in de bouw zijn PVC, HDPE, PP, PUR en EPS.
Huidige praktijk van recycling- het kunststofafval uit het bouw- en sloopafval wordt deels gerecycled. PVC wordt grotendeels gerecycled in nieuw PVC.
Opties voor extra recycling en hoogwaardig hergebruik:
voorbeelden van hergebruik van kunststof bouwproducten die nog in goede staat zijn:
• Hergebruik van kunststof kozijnen en deuren
• Hergebruik van schoon EPS isolatiemateriaal in de wegenbouw
Om de grondstoffen die in een gebouw zijn verwerkt te kunnen collecteren en hergebruiken, moeten de producten en objecten waaruit het gebouw bestaat zonder schade los worden gemaakt. De mate waarin objecten demonteerbaar zijn op alle schaalniveaus binnen het gebouw, zodat het object de functie kan behouden en hoogwaardig hergebruik realiseerbaar is, wordt daarom ook wel 'losmaakbaarheid' genoemd. De losmaakbaarheid van een gebouw ligt ten grondslag aan de opkomende trend om adaptief, modulair en remontabel te bouwen. Deze trend kent veel verschillende toepassingen, van de industriële prefabricage van gebouwonderdelen tot het realiseren van een hoge herindelingsflexibiliteit. Sommige van deze toepassingen dragen bij aan het hoogwaardig hergebruik van grondstoffen, andere aan het verlengen van de gebruiksduur van het gebouw. Zo is adaptief vermogen van belang voor de toekomstwaarde (her-inzetbaarheid) van een gebouw, terwijl modulaire bouw juist bijdraagt aan de mate waarin onderdelen vervangen kunnen worden voor onderhoud of omdat nieuwe technologie beschikbaar is.9 Zowel het aanpassingsvermogen aan toekomstig gebruik als het mogelijk maken van een hoge vervangingsfrequentie van losse onderdelen zijn belangrijk in een circulaire economie. 7 Het uit elkaar kunnen halen van een bestaand gebouw is echter niet voldoende om efficiënt gebruik van grondstoffen te garanderen.
Daarom spreken we niet van 'demontabel', maar van 'remontabel' bouwen: het opnieuw inzetten van gebruikte materialen op hoogst mogelijk schaalniveau binnen het gebouw. Daartoe experimenteren steeds meer marktpartijen met het digitaal modeleren van een ontwerp aan de hand van Bouw Informatie Modellering (BIM) software. Anders dan bij het materialenpaspoort worden in BIM ook de verbindingen tussen objecten vastgelegd. Daarmee worden ook assemblage en onderhoud steeds eenvoudiger.
Zie deze pagina: practicum bij les 1 voor informatie over het practicum.
Afhankelijk van het aantal lessen dat wordt gegeven kan aan het einde van les 1 gebruik worden gemaakt van de leerdoelen check bij opdracht 4 van het werkblad. Hierbij moeten de leerlingen ook de vraag beantwoorden: wat ga jij veranderen na deze les. De antwoorden op deze vraag kunnen gebruikt worden bij de inleiding van les 2.